Zwangerschap - Pregnanta | geboortezorg
13396
page-template,page-template-full_width,page-template-full_width-php,page,page-id-13396,qode-quick-links-1.0,ajax_fade,page_not_loaded,,qode-title-hidden,qode-theme-ver-11.1,qode-theme-bridge,wpb-js-composer js-comp-ver-5.1.1,vc_responsive
Pregnanta def

Gefeliciteerd!

Voorzichtige blijdschap, verbijstering, ongeloof, twijfels of uitzinnige vreugde? Alles is mogelijk. Hoe dan ook: je bent zwanger. We helpen je graag op weg. We willen je graag begeleiden bij een gezonde en veilige zwangerschap en bevalling en een goede start daarna.

 

Als je een zwangerschapstest hebt gedaan kun je zonder verwijzing van de huisarts direct contact met ons opnemen. Je kunt je dan direct aanmelden via het inschrijvingsformulier. Je mag ons ook bellen voor het maken van een afspraak op maandag t/m vrijdag tussen 10.00 uur en 12.00 uur.

Eerste afspraak en vervolgcontroles

Intake

De eerste controle vindt plaats bij 6 à 9 weken (gerekend vanaf de eerste dag van de laatste menstruatie). Zodra je weet dat je zwanger bent, kun je hiervoor een afspraak maken. Ook krijg je dan een kopie van je zwangerschapsdossier mee.

De eerste controle is een vrij uitgebreide controle (intakegesprek, 60 min.). Voor een goede begeleiding van je zwangerschap is het van belang dat we weten of:

  • (erfelijke) ziekten of aandoeningen in je familie of die van je partner voorkomen;
  • je aandoeningen hebt (gehad);
  • of je gewoonten hebt die risico’s voor de zwangerschap met zich meebrengen (roken, alcohol-, drugs- en medicijngebruik).

Bij de eerste controle meten we je bloeddruk en je gewicht en is er natuurlijk ruimte voor vragen die je hebt. We kunnen de harttonen van het kindje nog niet beluisteren, hiervoor is het te vroeg. Je krijgt aan het eind van de controle informatie mee voor bloedonderzoek, een (termijn)echo en evt. voor de risicobepaling op bepaalde chromosomale afwijkingen zoals bijvoorbeeld Downsyndroom.

Vervolgcontroles

De tweede controle vindt na enkele weken plaats en duurt ongeveer 30 minuten. Bij deze controle bespreken we de uitslagen van het bloedonderzoek, de echo en eventueel de risicobepaling. De definitieve uitgerekende datum wordt bepaald.

 

Gaandeweg de zwangerschap bespreken we wat voor voeding je aan je kind wilt gaan geven en staan we uitgebreid stil bij de bevalling. Voor beide onderwerpen plannen we extra tijd in tijdens het spreekuur zodat er voldoende mogelijkheid is je vragen te beantwoorden. Verder doen we de volgende (routine)onderzoeken: bloeddruk meten, wegen, groei van de baarmoeder bepalen en harttonen van het kind beluisteren. Deze onderzoeken komen in alle vervolgcontroles terug.

 

Het aantal weken tussen de controles wordt steeds kleiner naarmate de zwangerschap vordert. Rondom 34 weken plannen we in overleg een thuisbezoek in om de bevalling te bespreken. Vanaf 36 weken controleren we je wekelijks. Indien je denkt dat je meer tijd nodig hebt voor een controle, geef dit dan bij het maken van de afspraak aan. Dan kunnen wij hier rekening mee houden.

ECHO’S

Tijdens de zwangerschap worden standaard 3 echo’s gemaakt: de termijnecho tussen 9 en 13 weken zwangerschap, de 20 weken echo en de liggingsecho bij 36 weken. Tijdens de echo wordt gekeken naar de ligging, hoeveelheid vruchtwater en de groei van de baby. Een echo geeft nooit 100% zekerheid of je kind gezond is! Tijdens de zwangerschapscontrole bespreken we de uitslag van de echo.

 

De standaard echo’s worden allemaal vergoed door je zorgverzekeraar. Op basis van medische redenen kunnen meer echo´s worden aangevraagd. Daarnaast kun je zelf kiezen voor het laten uitvoeren van een screening op o.a. downsyndroom. Dit wordt niet standaard vergoed door je zorgverzekeraar.

  • Termijnecho
  • Risicobepaling op o.a. downsyndroom
  • 20-weken echo
  • Liggingsecho bij 36 weken

Prenatale diagnostiek

Je kunt de keuze maken om de screening op down-, Edwards- en patausyndroom te doen.

 

  •  Wil je tijdens de zwangerschap al weten of je kind mogelijk down-, edwards- en patausyndroom heeft? Of wacht je liever af?
  • Als je te horen krijgt dat je kind mogelijk een van de syndromen heeft, wat wil je dan doen?

 

Dat zijn vragen waar je goed over na moet denken, voor je besluit of je een screening wilt!

 

Hoe gaat de screening:
Je kunt kiezen uit twee verschillende testen:

  1. De combinatietest. Dit bestaat uit een bloedonderzoek bij de zwangere en echo-onderzoek van het kind. Het onderzoek kan tussen 9 en 14 weken zwangerschap. De combinatietest berekent hoe groot de kans is dat uw kind down-, edwards- of patausyndroom heeft.
  2. De NIPT. Dit is een bloedonderzoek bij de zwangere. Het onderzoek kan vanaf 11 weken zwangerschap.

 

De NIPT ontdekt meer kinderen met down-, edwards- en patausyndroom en de uitslag van de NIPT klopt vaker dan de uitslag van de combinatietest.

 

Zwangeren kunnen vanaf 1 april 2017 kiezen voor de NIPT, maar dat kan alleen als zij meedoen aan een wetenschappelijke studie (TRIDENT-2). Indien je wenst de NIPT te doen buiten de TRIDENT-2 studie dan kan dat ook op zelfstandige basis via Gendia. Wij zullen dan ook zelf het bloed afnemen op de praktijk.

 

We zullen tijdens de intake informatie geven als je dat zou wensen en maken we een afspraak voor de counseling.

 

Voor meer informatie kun je naar de volgende sites:
www.onderzoekvanmijnongeborenkind.nl
www.meerovernipt.nl

 

Deze vragenlijst kan helpen om je gevoelens en mening op een rij te zetten:
https://www.onderzoekvanmijnongeborenkind.nl/bewust-kiezen-screening-op-dep

Zwangerschapskwalen

Vermoeidheid:

Gedurende de eerste drie maanden van de zwangerschap neemt de behoefte aan slaap, onder invloed van allerlei veranderingen in het lichaam toe. Dit kan erg vervelend zijn omdat je gewend bent veel energie te hebben en van alles te kunnen doen.

 

Tip:

  • Leg je neer bij het feit dat je niet alles meer kunt doen in het tempo dat jij dat gewend bent.
  • Geef toe aan de vermoeidheid en ga op tijd naar bed.

Veranderde eetlust:

Door de groeiende behoefte van je baby en alle invloeden op je lichaam die hiermee samenhangen, verandert het een en ander in je stofwisseling en spijsvertering.  Je krijgt een grotere behoefte aan energie en bouwstoffen. Je eetgewoontes veranderen, waarschijnlijk door hormonale veranderingen. Het slijmvlies van het maagdarmkanaal zwelt door de doorbloeding en hormonale veranderingen. Je gewicht neemt toe. Je koolhydraat- en vetstofwisseling verandert. Dit geldt ook voor je water- en zouthuishouding. Het is algemeen bekend, dat smaak en geur tijdens de zwangerschap kunnen veranderen. Dingen die je vroeger lekker vond, laten je nu koud of gaan zelfs enorm tegen staan. Het omgekeerde komt ook voor. Je kunt nu vaak op de vreemdste momenten enorme trek krijgen in dingen die je vroeger niet lustte.

Misselijkheid:

Ongeveer de helft van alle zwangere vrouwen heeft last van misselijkheid. Dit verschijnsel verdwijnt meestal tussen de 12 en 16 weken. De misselijkheid treedt meestal ‘s morgens op bij het wakker worden of kort na het opstaan. Soms bemerk je alleen een vol of wee gevoel, dat na een hapje eten weer verdwijnt.

 

Tip:

  • Eet voor je opstaat een beschuitje met een kopje thee.
  • Neem de tijd om op te staan, dus niet haasten.
  • Zorg dat je voldoende slaapt, vermoeidheid werkt misselijkheid in de hand.
  • Eet door de dag heen kleine maaltijden i.p.v. drie grote maaltijden.
  • Eet waar je zin hebt.

Gespannen borsten:

Borsten kunnen erg snel reageren op veranderingen in het hormoonevenwicht. Door de stijging van de hoeveelheid oestrogenen in het bloed wordt er in de borsten iets meer vocht vastgehouden dan anders. Ze zwellen iets op en worden mede daardoor ook wat gevoeliger voor aanraking. Soms kan aanraking zelfs pijnlijk zijn.

Een andere, later optredende, verandering is het zichtbaar worden van de oppervlakkige adertjes in de huid van de borsten. Dit is een uiting van de toegenomen doorbloeding van de melkklieren. En tenslotte zal ook de tepelhof, de bruin gekleurde ring rond de tepel, in omvang toenemen.

Vaker urineren:

Het vele plassen is niet alleen het gevolg van de baarmoeder die op de blaas drukt. Dit wordt ook veroorzaakt doordat het hart tijdens de zwangerschap sneller klopt, waardoor er meer bloed door de nieren gepompt wordt. Dit heeft weer tot gevolg dat de nieren meer urine produceren.

Het vaker moeten plassen komt vooral in het begin en aan het eind van de zwangerschap voor. In het begin van de zwangerschap wordt dit veroorzaakt door de groeiende baarmoeder die zich dan nog in het kleine bekken bevindt. Wanneer de baarmoeder groter wordt en daardoor uit het kleine bekken groeit, zal het vaker moeten plassen ook weer tijdelijk overgaan. Aan het einde van de zwangerschap wordt het vaker plassen veroorzaakt doordat de baby op de blaas duwt, waardoor deze minder gevuld kan worden.

Bandenpijn:

De baarmoeder zit aan het bekken vast met een soort spieren. Door de groei van de baarmoeder of de indaling van het kindje in het bekken komen deze banden op spanning te staan. Dit kan een stekende of zeurende pijn richting de liezen veroorzaken, dat soms uitstraalt naar de onderrug. Neem bij bandenpijn een warme douche of leg een warme kruik op je buik. Door de warmte ontspannen de banden zich, wat de klachten kan verminderen.

Stemmingswisselingen:

Zwangerschap geeft aanleiding tot een reeks lichamelijke en hormonale veranderingen. De verhoogde afscheiding van bepaalde hormonen heeft invloed op je emotionele belevingen, zelfs op je totale gedrag.
Of je het fijn vindt om zwanger te zijn of juist niet: perioden van je prettig voelen en perioden met gevoelens van onbehagen wisselen elkaar af.

Emotionele reacties in de zwangerschap zijn individueel zeer verschillend en zijn afhankelijk van:

  • de acceptatie van de zwangerschap
  • het cultuurpatroon
  • de houding van de partner en de omgeving

Dikke enkels:

Dikke enkels worden veroorzaakt door vochtophoping in de enkels en eventueel de onderbenen. Deze vochtophoping wordt oedeem genoemd.

 

Gedeeltelijk wordt dit veroorzaakt doordat het bloed minder gemakkelijk terugstroomt naar het hart. Het oedeem wordt echter ook veroorzaakt doordat zich veel vocht buiten de bloedvaten bevindt. Als je water drinkt, gaat dit grotendeels naar de ruimte buiten de vaten. Hierdoor zwellen je benen op. Pas als je gaat liggen, komt dat vocht weer in de bloedvaten terecht. Via het bloed komt het terecht bij de nieren, waardoor je meer moet plassen, vooral ‘s nachts.
Tip:

  • Blijf vooral veel drinken (min. 2 liter/dag), want je moet wel je afvalstoffen af kunnen voeren.
  • Leg je benen omhoog wanneer je gaat zitten.
  • Ga niet meer een hele dag de stad in.
  • Doe op tijd je ringen af wanneer je vingers ook opzwellen.
  • Steek regelmatig je handen omhoog en beweeg je vingers flink.
  • Laat je behandelen door een voetzonereflextherapeut.

Striae / Striemen:

Striae zijn de zogenaamde zwangerschapsstriemen. Zij ontstaan door het rekken van de huid, waardoor deze scheurtjes gaat vertonen. De kleur is blauwachtig-rood  (doorschemeren van de bloedvaatjes). Na de zwangerschap blijven er littekens over, welke verbleken. Striae komen vooral voor op de buik, op de buitenkant van de dijen en soms op de borsten. Behalve rek (elasticiteit) kunnen ook factoren als aanleg en hormonen het al dan niet ontstaan van striae beïnvloeden.
Anders dan dat reclames doen vermoeden, kunnen dure lotions striae niet voorkomen. Wil je jezelf toch insmeren, dan kan dit ook met een gewone bodylotion.

Huidveranderingen:

Dat de doorbloeding van het hele lichaam toeneemt, kun je aan de huid goed merken. Op diverse plaatsen worden kleine huidvaatjes als blauw doorschemerende draadjes zichtbaar. Twee op de drie zwangere vrouwen merkt daar wel iets van.
In de huid lopen overal kleine adertjes. Ze zijn zo dun, dat je ze met het blote oog niet kunt zien. Door de toegenomen doorbloeding tijdens de zwangerschap worden ze echter wat dikker en kun je ze wel zien. In de regel gaat het om een rood puntje met van daaruit grillig uitwaaierende roodblauwe streepjes (bloedvatspinnetjes). De toegenomen doorbloeding zorgt er vaak voor, dat de huid er op diverse plaatsen  iets roder uit gaat zien.

Libido (zin in vrijen):

Aan het begin van de zwangerschap hebben veel vrouwen vaak minder zin in vrijen. In de loop van de zwangerschap verandert dit weer naar een normaal tot verhoogd libido. Aan het einde van de zwangerschap neemt het libido weer af. Dit is wel voor alle vrouwen verschillend.

Welke klachten kun je hebben na het vrijen?

 

Bloedverlies: Soms verlies je een heel klein beetje bloed tijdens of na het vrijen. Dat komt meestal doordat er een bloedvaatje is geknapt. Je verliest dan maar een paar druppeltjes bloed. Vaak komt er nog een tijdje wat bruin bloedverlies uit je vagina. Dat is heel normaal. Verlies je meer bloed? Of maak je je zorgen? Bel ons dan.
Harde buik: Na het vrijen kun je last hebben van een harde buik. Dat is een hard en pijnlijk gevoel, alsof je baarmoeder een harde bal is. Dat komt doordat de spieren in je baarmoeder tijdens een orgasme samentrekken. Het kan uren duren voordat je buik weer soepel is. Het is belangrijk dat je probeert te ontspannen: adem rustig naar je buik toe, maak je buik bol bij een inademing en blaas daarna rustig uit. Ook een warme douche of een warme kruik tegen je buik kunnen je helpen ontspannen.

Haarveranderingen:

Tijdens de zwangerschap verandert er nog al eens wat aan je haren. Door de toegenomen doorbloeding worden de haarzakjes extra gestimuleerd. Er komen nieuwe haren bij, terwijl er minder dan gewoonlijk uitvallen. Na enkele maanden kan dat tot een merkbare dichtere inplant leiden. Maar de talgklieren van de hoofdhuid worden tijdens de zwangerschap juist minder actief. Het haar wordt minder vet dan je gewend bent.

 

Na de bevalling kun je last hebben van een verhoogde haaruitval. Dit wordt veroorzaakt doordat je lichaam onder invloed van hormonen weer gaat functioneren zoals voor de zwangerschap. De toegenomen doorbloeding van je haren neemt dus weer af, waardoor de uitval van haren weer toeneemt. Dit verdwijnt na verloop van tijd.

Voedingsadvies

Eet je altijd gezond? Dan hoef je bijna niets te veranderen in je zwangerschap. Je hoeft ook niet méér te eten. Wel mag je een aantal dingen niet eten. Daarover lees je hieronder meer.

 

Hoeveel voeding heb je gemiddeld nodig tijdens de zwangerschap?

  • 6–7 boterhammen, het liefst volkorenbrood
  • 200 gram aardappelen, rijst, pasta of peulvruchten. Dat is ongeveer 4 opscheplepels.
  • 200 gram groenten. Dat is ongeveer 4 opscheplepels.
  • 2 stukken fruit.
  • 450 milliliter melkproducten.
  • 30 gram kaas. Dat is ongeveer 1,5 grote plak.
  • 100 tot 125 gram vlees, vleeswaren, vis, ei en vleesvervangers.
  • 30-35 gram halvarine voor op brood
  • 15 gram (1 eetlepel) vloeibare bak– en braadproducten.
  • 1,5–2 liter water, thee zonder theïne, en andere dranken

Wat kun je beter niet eten tijdens de zwangerschap?

Sommige producten kun je beter niet eten tijdens je zwangerschap. Deze producten kunnen schadelijk zijn voor jou en je kindje omdat de bacterie Listeria of de parasiet Toxoplasma gondii erin kan zitten.

Listeria

Listeria is een bacterie die veel voorkomt in het water, in de grond, in veevoer en in poep. Je kunt de bacterie in je lichaam krijgen via rauwe en gerookte levensmiddelen. Maar de bacterie kan ook voorkomen op het aanrecht, in de afwasborstel of in het vaatdoekje. Als je iets eet waar per ongeluk de listeriabacterie in zit, kun je een voedselvergiftiging krijgen. Deze voedselvergiftiging kan schadelijk zijn voor je kindje. De kans dat je door listeria een voedselvergiftiging krijgt, is behoorlijk klein. Toch kun je beter geen levensmiddelen eten waar misschien listeria in zit.
Levensmiddelen waar listeria in kan zitten: zachte kaas die van rauwe melk is gemaakt. Gepasteuriseerde melk is veilig en wordt gebruikt in veel soorten kazen. Ook vacuüm verpakte vis kan listeria bevatten.

Toxoplasmose

De toxoplasma gondii is een parasiet. Deze parasiet veroorzaakt de infectieziekte toxoplasmose. Als je besmet bent, kun je allerlei vage klachten krijgen. Bijvoorbeeld: moeheid, lusteloosheid, dikke klieren, koorts en huiduitslag. Vaak weet je niet dat je besmet bent. Na een paar weken of maanden is de ziekte over. Je lichaam heeft dan antistoffen gemaakt: je bent dan immuun voor toxoplasmose. Als je tijdens de zwangerschap besmet raakt met toxoplasmose, kan je kindje een ernstige infectie krijgen. Daar is niets tegen te doen. De meeste mensen weten niet of ze immuun zijn voor toxoplasmose. En met een test weet je het vaak nog niet zeker. Probeer daarom besmetting te voorkomen als je zwanger bent.

Deze parasiet zit in rauw vlees en op rauwe groente. Was daarom je groenten heel goed. En bak het vlees goed door. Het mag niet meer rood zijn van binnen. Eet ook geen producten die van rauw vlees zijn gemaakt, zoals rosbief, filet americain, tartaar of carpaccio. Ook zit deze parasiet in kattenpoep. Laat daarom tijdens de zwangerschap de kattenbak door iemand anders verschonen. Kan dat niet? Gebruik dan handschoenen en was de handschoenen voordat je ze uittrekt. Was daarna ook je handen. Je kunt natuurlijk ook wegwerphandschoenen gebruiken. Gebruik ook handschoenen tijdens het tuinieren en was je handen daarna.

Vitamine A

Te veel vitamine A kan schadelijk zijn voor je kindje. In lever zit veel vitamine A. Eet hier weinig van of eet het niet. Lever zit in: leverworst, leverpastei, paté, Hausmacher, Berliner en leverkaas. Eet hiervan niet meer dan één boterham per dag.

Vegetarisch eten

Vegetarisch eten tijdens de zwangerschap is geen probleem. Maar let er wel extra goed op dat je genoeg vitamine B en ijzer binnen krijgt. Vitamine B zit in volkoren producten, aardappelen, peulvruchten, eieren, zuivelproducten en vleesvervangers. Eet deze producten daarom regelmatig. Eet je helemaal geen dierlijke producten, zoals melk, kaas en eieren? Dan raden we je aan om naar een diëtist te gaan. De diëtist kan beoordelen of je lichaam nog genoeg vitaminen, mineralen en bouwstoffen krijgt.

Ijzerproducten: Bruinbrood, volkorenbrood, roggebrood, muesli, volkorenmacaroni, zilvervliesrijst, volkorenbeschuit, alle soorten vlees, vis en kip, eieren, vleeswaren, aardappelen, alle soorten peulvruchten, alle soorten groente, noten, appelstroop

Foliumzuur

Tijdens de zwangerschap is het belangrijk om voldoende foliumzuur in je lichaam te hebben. Helaas zit daar niet genoeg van in je eten. Zelfs niet als je heel gezond eet. Daarom is het belangrijk om tijdens de zwangerschap tabletten met foliumzuur te slikken. Je kunt hier het best zo vroeg mogelijk mee beginnen: al vanaf het moment dat je zwanger wilt worden. Als je tien weken zwanger bent, kun je stoppen met de foliumzuurtabletten.
Als je foliumzuur slikt, heb je een kleinere kans dat je kindje een open ruggetje krijgt. Deze kans is ongeveer de helft kleiner dan wanneer je geen foliumzuur slikt. Want een open ruggetje heeft te maken met het zenuwstelsel van het kindje. Dat zenuwstelsel wordt meteen na de bevruchting gemaakt, en om dat te maken is foliumzuur nodig.

Roken, alcohol en drugs

Roken, alcohol drinken en het gebruiken van drugs wordt afgeraden als je zwanger bent. De stoffen komen namelijk door de placenta bij de baby terecht en kan schadelijke effecten hebben voor de baby zijn gezondheid op korte en lange termijn. We weten dat het moeilijk is te stoppen met verslavende middelen. Mocht het nog niet gelukt zijn om zelf te stoppen, dan zullen wij je hierbij helpen. Samen zullen we een plan maken zodat je de beste start kan geven aan je kindje.

 

Roken
Bijna iedereen weet dat roken ongezond is. Maar niet iedereen weet dat het ongeboren kindje er ook last van heeft. Het krijgt tijdens de zwangerschap via de navelstreng voedingsstoffen en zuurstof. Als je rookt, komen ook de schadelijke stoffen van sigaretten via de navelstreng in het bloed van je kindje. Hierdoor krijgt het minder zuurstof, waardoor je kindje minder groeit en zwakker is.

 

Veel vrouwen denken dat ze niet hoeven te stoppen met roken als ze zwanger zijn. Ze denken dat ze veel stress krijgen als ze stoppen, en dat dit nog slechter is voor hun kindje. Ook denken ze dat het niet helpt om te stoppen als ze al lange tijd roken, of als ze al een tijdje zwanger zijn. Voor al deze voorbeelden geldt dat het niet waar is.

 

Alcohol
Het is beter om tijdens je zwangerschap helemaal geen alcohol te drinken, ook niet af en toe een glaasje. In iedere week van je zwangerschap kan alcohol gevaarlijk zijn voor je kindje. In de eerste drie maanden kunnen vooral afwijkingen aan delen van het lichaam of organen ontstaan. In de laatste drie maanden is alcohol gevaarlijk voor de groei van het kindje. Je lichaam neemt alcohol via de maag en de dunne darm in je bloed op. De lever zorgt ervoor dat de alcohol uit je lichaam verdwijnt. Als je drinkt terwijl je zwanger bent, komt de alcohol via je bloed ook in het lichaam van je kindje. Voor je kindje is het moeilijk om deze stof uit het bloed kwijt te raken. Als straks je kindje geboren is en je geeft borstvoeding, dan komt de alcohol die je drinkt via de moedermelk bij je kindje binnen. Het maakt niet uit of je bier, wijn of sterke drank drinkt.

 

Wat zijn de risico’s als je alcohol drinkt tijdens je zwangerschap?

  • De kans is groter dat je een miskraam krijgt, dat je kindje dood geboren wordt of te vroeg geboren wordt.
  • Je kindje kan lichamelijke en geestelijke problemen krijgen. Het kan bijvoorbeeld vaak huilen, problemen hebben met slapen of heel erg druk zijn. Maar het kan ook problemen krijgen met leren, of een lichamelijke of verstandelijke handicap krijgen.

Drugs
Drugs gebruiken in de zwangerschap is gevaarlijk voor je kindje. Zelfs als het kindje straks geboren is en ouder wordt, kan het last hebben van de drugs die je tijdens de zwangerschap hebt gebruikt.

 

Klachten die je kind kan krijgen:

  • Achterstand met emoties en dingen begrijpen
  • Achterstand met bewegen
  • Lichamelijke afwijkingen

Medicijnen en zwangerschap

Sommige medicijnen zijn gevaarlijk voor het ongeboren kindje. De schadelijke stoffen komen door de placenta heen in je kindje. Vroeger dachten mensen dat het niet gevaarlijk was om medicijnen te gebruiken tijdens je zwangerschap. Dat is niet zo. Niet alle medicijnen zijn gevaarlijk voor je kindje. Sommige medicijnen kun je gewoon innemen. Andere medicijnen zijn wel gevaarlijk en mag je niet gebruiken. Van veel medicijnen weten we niet of ze gevaarlijk zijn voor je kindje. Artsen proberen ervoor te zorgen dat vrouwen deze medicijnen niet hoeven te gebruiken tijdens hun zwangerschap.

 

Soms moeten vrouwen een medicijn gebruiken, ook al kan het medicijn gevaarlijk zijn voor het kindje. Dit is zo wanneer de ziekte van de moeder gevaarlijker is voor het kindje dan de medicijnen. Bijvoorbeeld bij epilepsie. De arts kijkt dan goed naar de risico’s van de ziekte en de risico’s van de medicijnen.

 

Paracetamol
Je kunt paracetamol nemen zonder te overleggen met ons of je huisarts. Je mag maximaal 6 tabletten van 500 mg per dag slikken. Per keer mag je dan maximaal 2 van deze tabletten nemen. Let op: in deze paracetamol mag geen codeïne, cafeïne of andere middelen zitten. Alleen paracetamol dus. Het is beter om geen aspirine te slikken in de zwangerschap. Want van aspirine wordt je bloed dunner. Dit kan de kans op bloedingen vergroten. (Sommige vrouwen krijgen juist aspirine tijdens de zwangerschap voorgeschreven omdat er een verdenking op stollingsproblemen is. Voor hen geldt dit uiteraard niet.)

 

Heb je vragen over medicijnen?
Gebruik je medicijnen, en wil je weten of ze gevaarlijk zijn voor je kindje? Vraag het ons, je huisarts of de apotheker

MISKRAAM

Wanneer je tijdens de zwangerschap bloed verliest is dat vaak enorm schrikken. Bij de helft van de vrouwen die bloedverlies hebben voor 16 weken zwangerschap houdt het bloedverlies na enkele dagen op en gaat de zwangerschap normaal verder. Bij de andere helft blijft het bloedverlies bestaan en kan er sprake zijn van een miskraam.

 

Neem contact met ons op wanneer je bloedverlies hebt tijdens je zwangerschap zodat we de situatie kunnen bespreken en je verder kunnen begeleiden.

Leven voelen

Leer je baby kennen

Normaliter voelen zwangeren hun baby vanaf 18 weken bewegen. Vanaf 24 weken moet je je baby elke dag voelen. Tijdens de zwangerschapscontroles houdt de verloskundige de groei en de conditie van je baby in de gaten, maar jij als moeder kent je baby het beste voordat hij geboren is.  Wat de baby je vertelt met zijn bewegingen is belangrijke informatie!
Wij raden je aan nu al in de zwangerschap iedere dag  tijd  te besteden om het bewegingspatroon van je baby te leren kennen. Hier vind je informatie over wat het schoppen van de baby betekent en enkele tips over hoe je zijn welbevinden kunt checken.
Het is een goede gewoonte om tijd te nemen om je baby te leren kennen!

Wat doet je baby?

Je baby is actief  gedurende de hele zwangerschap. Hij maakt bewegingen om te longen te laten ontwikkelen. Je baby is aan het oefenen voor het leven buiten de baarmoeder. Van tijd tot tijd zal hij de hik hebben, die je zal voelen als kleine samentrekkingen.  Je baby zal heftige en minder heftige bewegingen maken in je baarmoeder. Je zult kleine bewegingen zoals duimzuigen of het strekken van zijn vingers waarschijnlijk niet voelen.  In het derde trimester voel je de meeste schopjes en duwtjes wel. Als je van houding verandert kan het ook zijn dat je de baby meer voelt bewegen, bijvoorbeeld als je vanuit een zittende houding gaat liggen.

Wat zegt het voelen trappen van de baby over zijn welbevinden?

Wanneer je de bewegingen voelt zoals je van de baby gewend bent is dat een teken dat je  baby in orde is.
Soms is je baby rustig. Het is belangrijk dat je opmerkt, dat hij minder schopt dan je van hem gewend bent.  Door bewust de bewegingen te voelen heb je contact met de baby en leer je hem kennen. Daarom is het goed de bewegingen  te ervaren.

Soms is het rustig

Je baby slaapt vaak. Dan zal hij nauwelijks bewegen.  De perioden van slapen zullen langer zijn naarmate de zwangerschap vordert. De meeste baby’s zijn ’s avonds vooral actief, hoewel sommigen liever ’s ochtends vroeg bewegen. Er kunnen grote verschillen zijn tussen gezonde baby’s, hoe vaak en hoe hard ze schoppen. Schoppen omvat alle soorten bewegingen. Sommige moeders  voelen minder bewegingen dan anderen. Je voelt de bewegingen het beste wanneer je ligt en het minst als je staat, loopt of bezig bent.

Bewegingen leren herkennen

Elke dag kindsbewegingen herkennen kan een  goede gewoonte zijn.  Het schoppen is belangrijk voor alle aanstaande moeders, het leren kennen en herkennen van de bewegingen van je baby kan het beste beginnen tussen de 26e en  de 28e  week van de zwangerschap.

Alle bewegingen tellen als een “schop”, behalve de hik. Verschillende bewegingen op hetzelfde moment moet je beschouwen  als één “schop. De beste  manier om kindsbewegingen te ervaren is om ontspannen te gaan liggen of te zitten en je te concentreren op de bewegingen. Als je baby niet reageert op je aanraking kun je een zachte druk op je buik uitoefenen. Probeer iedere dag op ongeveer  hetzelfde tijdstip de kindsbewegingen te herkennen. Neem daarvoor de periode waarin de baby meestal actief is.  Tijdens die  periode van de dag  probeer je  bewust te zijn van de kindsbewegingen.  De meeste moeders zullen op deze manier weinig tijd nodig hebben om de bewegingen te herkennen en zich te realiseren dat de baby  voor zijn doen normaal beweegt.

Hoeveel moet je baby schoppen? En wat te doen wanneer het aantal bewegingen afneemt?

Als je gedurende 2 weken (vanaf 24 wkn) de kindsbewegingen  bewust hebt gevoeld, zul je waarschijnlijk bemerken, dat het schoppen van dag tot dag wat varieert, maar ook voor een groot deel vergelijkbaar is. Dit zal het geval zijn voor een kind in goede conditie, zelfs als de manier waarop je de bewegingen voelt veranderen tijdens je zwangerschap. Het belangrijkste is om op te merken wanneer er een duidelijke en blijvende vermindering van de normale activiteit van je baby is. Als je je zorgen maakt over je baby, moet je dat melden bij je verloskundige.
In enkele gevallen moet je direct contact opnemen met je verloskundige

 

  • Als de baby in één dag minder dan 7 keer heeft bewogen. Als dit gebeurt NOOIT wachten tot de volgende dag.

Samenvattend

Het voelen van leven is een belangrijke maatstaf voor de conditie van de baby.
Het is vooral van belang dat de baby blijft bewegen zoals u van hem/haar gewend bent. Neem vanaf 24 weken ruim de tijd om het bewegingspatroon goed te leren kennen en te herkennen.  Bij twijfel: neem contact met ons op.

Borst of flesvoeding

Borstvoeding is en blijft de beste voeding voor een pasgeboren baby. Immers de natuur regelt het niet voor niets zo. Uiteraard ben je vrij in de keuze die je gaat maken betreffende het geven van borst- of kunstvoeding.

 

Voor de één ligt die keuze eenvoudiger dan voor de ander. We hebben voor jou alle voor- en nadelen van borst- en kunstvoeding op een rijtje gezet in een kieswijzer, deze krijg je op de tweede controle mee. Het kan je helpen met het maken van je beslissing. Het belangrijkste is, dat je de keuze maakt waar je volledig achter staat en niet omdat het moet.

Voordelen voor uw kind
  • De eerste borstvoeding heet colostrum en zorgt voor een snelle doorstroming van de meconium (= de

eerste ontlasting) door de darmen. Deze snelle doorstroming zorgt ervoor dat uw kindje sneller

afvalstoffen kan afvoeren.

  • De samenstelling van borstvoeding wordt iedere voeding aangepast op de behoefte van uw kindje.

Dit betekent dat iedere voeding anders van samenstelling is en specifiek afgestemd is op wat uw

kindje nodig heeft.

  • Borstvoeding bevat antistoffen tegen ziekten. Het helpt bij de ontwikkeling van het afweersysteem

van uw kindje, door het bevorderen van het uitrijpen van het spijsverteringskanaal. ‘Borstgevoede

baby’s’ hebben hierdoor o.a. minder kans op maag en darminfecties, oorontstekingen en

luchtweginfecties.

  • Borstvoeding verkleint de kans op het ontwikkelen van allergieën, zoals voedselallergieën en astma.

Verder vermindert de kans op eczeem.

  • Het geven van borstvoeding verkleint de kans op wiegendood.
  • Borstgevoede kinderen hebben een betere spraakontwikkeling. Dit komt doordat een baby de mond

en tongspieren optimaal moet gebruiken om de voeding binnen te krijgen.

  • Moedermelk smaakt iedere dag anders, afhankelijk van wat u als moeder eet. Hierdoor leert uw

kindje al vroeg verschillende smaken kennen.

  • Borstgevoede baby’s hebben op latere leeftijd een lager cholesterolgehalte, minder overgewicht,

minder suikerziekte en minder kans op hart- en vaatziekten in vergelijking met kunstvoeding

gevoede baby’s.

Hoe langer u borstvoeding geeft hoe sterker al de genoemde effecten zijn.

Voordelen voor de moeder
  • Het geven van borstvoeding zorgt voor minder bloedverlies door het vrijkomen van het hormoon

oxytocine, wat zorgt voor het sneller krimpen van de baarmoeder.

  • Het hormoon oxytocine zorgt dat u een lagere bloeddruk hebt en minder stresshormonen in uw lijf.
  • Langdurig geven van borstvoeding (minimaal 6 maanden) verlaagt de kans op borstkanker voor de

overgang.

  • Uit onderzoek blijkt, dat het geven van borstvoeding de kans op reumatoïde artritis (chronische

gewrichtsreuma) bij de moeder verlaagt.

  • U bent sneller terug op uw oude gewicht; het geven van borstvoeding kost 500 kc per dag extra.
Praktische voordelen
  • Borstvoeding geven kan heel praktisch zijn, het is gratis, altijd voorradig en op de juiste temperatuur.

U hoeft geen flessen uit te koken en melk klaar te maken, wat minder tijd in beslag neemt.

  • Door het geven van borstvoeding krijgt zowel moeder, kind als vader meer rust: de hele

voedingscyclus is korter, omdat uw kindje direct kan drinken zodra hij of zij dit aangeeft en niet

hoeft te wachten, getroost te worden, tot de fles opgewarmd is.

Voordelen van kunstvoeding
  • U heeft zekerheid over de hoeveelheid voeding, die uw kindje binnen krijgt, omdat u ziet welke

hoeveelheid er uit de fles gedronken wordt.

  • Als moeder hoeft u niet alle voedingen zelf te geven. Dit kan u een groter gevoel van vrijheid geven.

Wel wordt er geadviseerd om toch zoveel mogelijk dezelfde personen de fles te laten geven.

2

  • Het is makkelijker als u weer gaat werken.
  • U hoeft geen rekening meer te houden met wat u eet of drinkt, zoals voeding waarvan u merkt dat

die darmkrampjes bij de baby veroorzaakt en het nuttigen van alcohol.

  • U mag lijnen en een dieet volgen.
  • Het kan zijn dat uw kindje wat eerder gaat doorslapen, omdat kunstvoeding moeilijker verteerbaar is.
  • Als u om medische redenen geen borstvoeding kunt geven is kunstvoeding een goed en verantwoord

alternatief.

  • Kunstvoeding is verrijkt met vitamine D en K. U hoeft deze dan ook niet apart bij te geven.
Nadelen van borstvoeding
  • Borstvoeding geven kan betekenen dat u de eerste periode meer tijd moet investeren in het voeden

van uw kindje. Een goede voorbereiding op het geven van borstvoeding kan er voor zorgen dat u

meer ontspannen door deze periode komt. Een informatieavond brengt u op de hoogte van u kan

verwachten en wat ‘normaal’ is.

  • Uw kindje geeft aan wanneer het genoeg voeding heeft. U ziet dus niet letterlijk wat er ‘naar binnen’

gaat. Dit geeft sommige moeders een onzeker gevoel.

  • Alleen u kunt uw kindje de borst geven, wel kunt u door middel van afkolven ieder ander de

borstvoeding in een flesje laten geven. Dit kan zwaar voor u voelen, omdat het geven van voeding op

de moeder neerkomt.

  • Borstvoeding bevat te weinig vitamine K en D. Dit moet u gedurende de eerste drie maanden apart

bijgeven.

  • Na uw verlof moet u meer ‘regelen’ om borstvoeding te blijven geven. Bedenk van tevoren (in de

zwangerschap) hoe u dit wilt gaan doen en maak goede afspraken met uw werkgever! Wist u dat u

25% van uw werktijd mag gebruiken om te kolven of om borstvoeding te geven?

Nadelen van kunstvoeding
  • Kunstvoeding wordt gemaakt uit koemelk. Dit is één van de grootste veroorzakers van een allergie.

Steeds meer Nederlanders hebben last van lactose intolerantie (koemelkallergie).

  • Bij kunstvoeding is het eerste halfjaar de samenstelling van iedere voeding en hoeveelheid volgens

een vast schema. Het houdt dus minder rekening met de behoefte van uw kindje op dat moment en

houdt geen rekening met te vroeg of juist laat geboren baby’s.

  • Kunstvoeding bevat geen natuurlijke antistoffen om uw kindje te beschermen tegen allergieën en

infecties.

  • Bij niet borstgevoede kinderen vinden meer ziekenhuisopnamen plaats tijdens de eerste 3

levensjaren.

  • Met kunstvoeding gevoede kinderen hebben meer kans op overgewicht en het ontwikkelen van

vroege diabetes (suikerziekte). Borstvoeding geeft u op verzoek, hierdoor leert uw kind al vroeg aan

te geven wanneer het voldoende gegeten heeft. Dit in tegenstelling tot een met kunstvoeding gevoed

kind, dat doordrinkt tot de fles leeg is.

  • Kinderen die kunstvoeding krijgen hebben vaker last van obstipatie en darmkrampen.
  • U bent zelf minder snel uw vetreserves kwijt.
  • Kunstvoeding vraagt meer aandacht: u moet letten op de temperatuur van de melk, de samenstelling

en het hygiënisch schoonmaken van speen en fles. U moet nadenken hoeveel uw kindje ‘moet’ drinken.

Wat moet je regelen?

Gedurende de zwangerschap is het belangrijk een aantal zaken goed en op tijd te regelen. We hebben ze voor je op een rijtje gezet.

 Inlichten huisarts, apotheek en verzekering

Het is belangrijk dat zowel je huisarts, apotheek en verzekering op de hoogte zijn van je zwangerschap. In geval van ziekte of bij het voorschrijven van medicijnen wordt dan rekening gehouden met je zwangerschap.

Kraamzorg

Het is belangrijk om in het begin van de zwangerschap kraamzorg te gaan regelen, bij voorkeur voor 16 weken. Wanneer je familie of bekenden hebt die je na de bevalling zullen helpen, ben je tóch verplicht kraamzorg te regelen.
Een kraamverzorgende assisteert ons tijdens de bevalling en helpt je gedurende de eerste week met de verzorging van jezelf en de baby. Ook voert zij controles uit en houdt ons hiervan op de hoogte.
De praktijkassistente zal je tijdens de eerste controle vertellen waar en hoe je dit het beste kunt regelen.

Zwangerschapscursussen

Het is aan te raden tijdens de zwangerschap, ter voorbereiding van de bevalling, een zwangerschapscursus te gaan volgen.
Er zijn veel verschillende soorten cursussen. Het is belangrijk een cursus te kiezen die bij je past. Je krijgt op de tweede controle op onze praktijk een overzicht van de zwangerschapscursussen die in Eindhoven en directe omgeving gegeven worden.
Indien je een cursus wilt gaan volgen, doe je er goed aan dit tijdig te regelen. Dit zo rond de 20 weken zwangerschap.

Erkenning

Indien je niet gehuwd bent, is het belangrijk om tijdens de zwangerschap de erkenning van je kind te regelen bij de Burgerlijke Stand. Tevens is er, gehuwd of ongehuwd, een vrije keuze in de achternaam van je kind. Ook dit regel je tijdens de zwangerschap bij de Burgerlijke Stand.

Zwangerschapsverlof

Werkneemster
Als zwangere heb je recht op minstens 16 weken zwangerschapsverlof. Hoe lang de verlofperiode feitelijk duurt, is afhankelijk van de datum waarop je baby daadwerkelijk wordt geboren.
Zwangerschapsverlof vraag je, tenminste 3 weken voor de gewenste ingangsdatum van het verlof, aan bij je werkgever. Je werkgever zal je dan vragen om een zwangerschapsverklaring. Deze verklaring, waarin de vermoedelijke bevallingsdatum staat, krijg je van je verloskundige.

Zelfstandige
Ben je zwanger en werk je als zelfstandige? Dan geldt voor jou de regeling Zelfstandig en Zwanger (ZEZ). Je kunt een zwangerschapsuitkering krijgen van minimaal 16 weken.
De uitkering begint 4 tot 6 weken voor de dag dat je bent ‘uitgerekend’. Je kunt de aanvraag indienen tot uiterlijk 2 weken voor de uitkering ingaat. Dat is 6 tot 8 weken voor je vermoedelijke bevallingsdatum. Vraag de uitkering aan bij UWV met het formulier ‘Aanvraag ZEZ-uitkering voor zwangere zelfstandigen’.

Werkloos
Als je werkloos bent en een WW-uitkering, een Ziektewetuitkering of een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangt, heb je ook recht op zwangerschapsverlof. Je vraagt dit, minimaal 3 weken voor de gewenste ingangsdatum, aan bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV).

Kraampakket

Iedereen die gaat bevallen moet een kraampakket in huis hebben. Dit pakket wordt meestal verstrekt door de ziektekostenverzekeraar. De verloskundige legt je uit hoe je deze aan kunt vragen.

Bed verhogen

Vanaf 37 weken mag je gaan bevallen. Dit betekent dat je alles in huis moet hebben wat nodig is rondom een bevalling en dat je bed verhoogd moet zijn (70-80 cm.). Dit kun je doen door middel van bedklossen of (bier)kratjes. De bedklossen zijn samen met een ondersteek vanaf 37 weken gratis af te halen bij de Thuiszorgwinkel.